‘Ik ben zo blij met mijn kinderen, maar helaas heb ik met één kind geen contact meer’. Deze week had ik een gesprek met twee verschillende patiënten die het einde van hun leven voelden naderen. Ik vroeg hen waar hun gedachten naar toe gingen. Beiden gaven aan dat ze dachten aan dat ene kind waarmee geen contact meer was. Op zo’n moment voel ik het verdriet, de onmacht en toch ook de betekenisvolheid van de relatie met dat ene kind op afstand.

Familiebanden zijn altijd een belangrijk gespreksthema. Soms als ingang naar een gesprek, soms als verdieping van het gesprek. Er is altijd wel een grappig, mooi of juist verdrietig verhaal over een familielid wat de patiënt raakt. Dat is ook niet verwonderlijk want familiebanden zijn er in allerlei vormen. Ons ouderlijk huis met (vaak) ouders en broers en zussen. En vaak vormen we weer een nieuwe familie met een levenspartner, die weer uit een andere familie komt met een eigen historie en cultuur. Zeker als er kinderen geboren worden ontstaat er een nieuwe gezinscultuur. En als er onderweg ook nog gescheiden wordt komen er weer nieuwe, ‘vreemde’ families om de hoek kijken. Hoe dan ook, verhalen en ervaringen met kinderen, kleinkinderen, vader, moeder, broers, zussen, stiefouders en –broers en -zussen, halfbroers en –zussen, pleegouders, draagouders, bonusouders zijn onuitputtelijk.

In deze veelheid van ervaringen zijn de ‘eerstelijnsrelaties’, dat wil zeggen die met de eigen ouders, broers en zussen en kinderen, het meest betekenisvol. In gesprekken met patiënten gaat het vaak daarover. Zowel in positieve als in negatieve zin. Ik heb wel eens gedacht dat het bij deze familierelaties net is als bij geloof en religie: het kan de grootste afkeer en haat oproepen, maar ook bron zijn van de diepste troost en verbondenheid.

En eigenlijk is dat niet zo vreemd, wat zowel geloof als familie raakt aan iets dat groter is dan onszelf en toch van betekenis is voor ons leven en onze identiteit. God gaat over de oorsprong van het leven en over liefde; bij familie gaat het over een verbondenheid waarin veiligheid, vertrouwen en onvoorwaardelijke aanvaarding een gegevenheid is. Dat zijn bijna bovennatuurlijke krachten.

Wanneer we teleurgesteld of beschadigd raken door iets waar we eigenlijk een soort bovenaardse verwachtingen van hadden en mochten hebben (!) is de pijn en de teleurstelling nog groter. Dat verklaart ook de diepe ruzies en onoverbrugbare verwijdering die er in families kan zijn. Het is een grote kunst is om met het badwater ook niet het kind weg te gooien. Je kan diep teleurgesteld zijn in je ouders of kinderen, broers of zussen, maar er blijft een natuurlijke verbondenheid waar je nooit los van zal komen. De uitdaging voor ieder mens is om soms boven zichzelf uit te stijgen en ter wille van iets dat groter is dan jezelf een stap richting de ander te zetten.

Voor de patiënten die ik deze week sprak was het helend om even te praten over het afwezige kind. Wie was hij/zij en wat hebben jullie, ondanks de verwijten die er zijn,  toch ook voor elkaar betekend? Soms kan de naam van het afwezige kind genoemd worden in een gebed en soms wordt de patiënt geholpen om toch nog een berichtje op te stellen. Zo is toch het afwezige kind een klein beetje aanwezig en wordt er recht gedaan aan die diepere verbondenheid die blijft.

Jeanine Geijtenbeek
Geestelijk verzorger en familiemediator

Meer nieuws

RKZ weer bereikbaar na ICT-storing

Het RKZ was zondagavond 10 oktober getroffen door een ICT-storing. Hierdoor was het ziekenhuis telefonisch niet bereikbaar. Inmiddels zijn we weer bereikbaar!   Meer nieuws

Lees meer

Nieuw gebouw voor een gezonde toekomst

Het Rode Kruis Ziekenhuis heeft uitdagende toekomstplannen. De zorg verandert. Een deel van de behandelingen verschuift naar huis – veel mensen vinden dat het fijnst. Maar het ziekenhuis blijft ook...

Lees meer