Weblog januari 2018

Afscheidsbrief

Ze heeft nog nooit in het ziekenhuis gelegen ook al is ze in de zeventig. Het is nu meteen goed mis: ze heeft kanker. Er wordt direct gestart met chemo en ze ondergaat het moedig. Wel ligt ze veel na te denken en daarom kom ik bij haar, zodat ze even van zich af kan praten. Na een aantal gesprekken zegt ze: “Ik heb een rare vraag. Ik wil graag een bedankbrief schrijven voor mijn familie, kun je me daarbij helpen?”

 

De volgende dag kom ik terug met pen en papier en ga ervoor zitten. “Hoe begin je zoiets”, zegt ze. Ze is niet gewend om haar gedachten op papier te zetten. Ik vraag wat ze haar familie wil vertellen. Dan komt ze op gang. Ik moet mijn best doen om haar bij te houden. Stuk voor stuk worden haar familieleden bedankt voor wat ze voor haar hebben gedaan en betekend. Af en toe denkt ze aan iets grappigs, ook dat komt in de brief. Maar ook de verdrietige dingen. “Het is natuurlijk wel de bedoeling dat we ze hiermee aan het huilen krijgen op de crematie”, zegt ze. Allebei vinden we het bijna jammer dat we daar niet bij zullen zijn.

 

Ze eindigt met een wens: dat het goed mag gaan met haar familieleden en dat ze nog lang mogen leven. Ze weet dat dat voor haar niet geldt, dat zij over niet al te lange tijd ‘met gestrekte kuiten zal liggen’, zoals ze dat zo beeldend omschrijft. Als ze klaar is, legt ze haar hoofd terug in het kussen terwijl ik het resultaat voorlees. Pas dan huilt ze zelf. Maar ook is ze opgelucht. Dit kan ze afstrepen.

 

8 januari 2018.

De kracht van een klein ziekenhuis

Het gaat al een tijdje niet goed met mevrouw. Haar hele leven is ze een doorzetter geweest, maar tegen deze ziekte valt niet op te boksen. De behandelingen slaan niet aan en ze kan het ook niet meer opbrengen om ze te ondergaan. Het plan is dat ze met terminale zorg naar huis gaat en tot dat geregeld is, blijft ze bij ons. Niets hóeft meer: niet de ingreep waar ze zo tegenop zag, niet de nutridrink die ze niet weg te krijgen vindt.

 

Ik vraag of er nog eten is waar ze wel zin in heeft. Haar nichtje dat naast haar bed zit en zij kijken elkaar aan: Indonesisch eten. Het water loopt haar in de mond van al die lekkere gerechten. Daar zou ze nog wel zin in hebben. Niet een vol bord, maar gewoon om te proeven en de geur op te snuiven. Ik weet dat er op donderdag vaak bami of iets anders ‘exotisch’ wordt gemaakt in de keuken en vertel mevrouw over de goddelijke rendang van onze keuken. ‘Ik houd me warm aanbevolen’, zegt ze.

 

Terug op mijn kamer bel ik de kok. Helaas, er staat morgen iets anders op het menu en hij heeft niet de ingrediënten om dit gerecht voor mevrouw te maken. Net als ik bij haar bed sta om haar dat te vertellen, belt de kok terug. ‘We gaan rundvlees bestellen en morgen krijg mevrouw haar rendang.’ Ik steek mijn hand al in de lucht en mevrouw kijkt me verwachtingsvol aan. ‘Ze gaan het morgen voor u maken!!!’ Mevrouw en haar nichtje glimmen. Op zo’n moment ben ik zo trots dat ik in het Rode Kruis Ziekenhuis werk. De kracht van een klein ziekenhuis zit ‘m soms in een portie rendang. 

 

Met grote dank aan kok Marco Vos en de keuken van het Rode Kruis Ziekenhuis.

 

16 januari 2018.

Paginaopties: