Urine

Urine bevat allerlei stoffen die door de nieren uit het bloed zijn verwijderd (bloedzuivering). De samenstelling van urine kan ons iets leren over het functioneren van de nieren en over de samenstelling van het bloedplasma.

 

Via urineonderzoek verkrijgen we belangrijke gegevens over de nieren en de urinewegen. Dit geldt in het bijzonder voor het onderzoek van het urinesediment: het onder de microscoop bekijken van een concentraat van de urine.

 

Vaak is de vraag bij urineonderzoek: is er wel of geen urineweginfectie (blaasontsteking) bij de patiënt. De urine wordt dan onderzocht op de aanwezigheid van witte bloedcellen (leukocyten) en bacteriën. 

 

Maar urineonderzoek kan ook nuttige gegevens opleveren over stoornissen die zich niet voordoen in de nieren en de urinewegen. Bijvoorbeeld glucosurie (in de volksmond ‘suiker in de urine’) bij diabetes mellituspatiënten (suikerziekte). 

Verse urine

Voor de meeste urineonderzoeken wordt verse ochtendurine gebruikt. Wanneer urine lang blijft staan kan de oorspronkelijke samenstelling veranderen, bijvoorbeeld door bacteriegroei.

Urine inleveren

Wanneer u urine moet inleveren, dan vangt u dit altijd op in een schoon, nieuw bekertje. Alleen bekertjes die expliciet daarvoor bestemd zijn worden in ontvangst genomen. Dit is om beïnvloeding van het onderzoek door eventuele vervuiling (dit geldt ook voor schoonmaak middelen!) te voorkomen.

 

Een urinebekertje is gratis af te halen op het poliklinisch afnamelaboratorium in het RKZ, of te koop bij de drogist of apotheek. Soms kunt u een urinebekertje krijgen via uw huisarts.

Tijdstip

Afhankelijk van het soort onderzoek is de eerste ochtendurine nodig, of die van een ander willekeurig tijdstip. Voor alle urine geldt dat deze binnen 2 uur na het opvangen op het laboratorium moet zijn voor een goed onderzoeksresultaat.

24-uurs urine

Voor sommige onderzoeken is het nodig dat de urine gedurende 24 uur wordt verzameld: dit noemen we  '24-uurs urine'. 

 

Als dit van u gevraagd wordt, dan kunt u zelf bepalen op welke dag en op welk tijdstip u wilt beginnen. Meestal gebeurt het als volgt:

 

Op de dag dat u met het verzamelen begint, plast u bij het opstaan in het toilet en noteert u de datum en tijd. In de nu volgende 24 uur moet u alle urine verzamelen in het daarvoor bestemde verzamelpot.

 

Deze pot, ook wel bokaal of verzamelfles genoemd, kunt u ophalen bij het poliklinisch afname laboratorium. De bokaal met urine moet koel en donker bewaard worden. Let op! Soms doet het laboratorium wat conserveringsvloeistof in de fles. Dit moet u in de fles laten zitten. Wees voorzichtig: deze vloeistof is sterk bijtend!

 

De volgende ochtend, op hetzelfde tijdstip als waarop u 24 uur eerder met verzamelen begon, plast u voor de laatste maal in de bokaal. U noteert weer de datum en tijd. De urine moet zo snel mogelijk op het poliklinisch afname laboratorium worden ingeleverd.

 

Vermeld duidelijk op de bokaal:

  • uw naam
  • uw geboortedatum
  • de periode (datum en tijdstip) van verzamelen

Paginaopties: