Als ik vertel dat ik geestelijk verzorger ben, wordt me vaak gevraagd of ik wat ik meemaak wel kan loslaten. Of ik het niet mee naar huis neem. Meestal heb ik daar geen moeite mee. Maar soms komt een patiënt wel erg dichtbij. Iemand van je eigen leeftijd die ernstig ziek is. Iemand die je doet denken aan een van je kinderen. Of een van je ouders.

Marjan is zo iemand. We kenden elkaar al in onze tienertijd, toen we samen op een jongerenkoor zaten. Zoals het zo vaak gaat verloren we elkaar uit het oog. Maar twee jaar geleden troffen we elkaar weer. Zij was opgenomen en in het voorbijgaan herkende ik haar. Ze vertelde dat ze kanker had maar dat ze hoopte op genezing.

Sindsdien sprak ik haar regelmatig. Als ze een chemokuur kreeg zocht ik haar altijd even op, op de dagbehandeling. En als ze opgenomen was probeerde ik haar geregeld even te zien. Ik deed mijn best om haar en haar partner te ondersteunen. We spraken met elkaar over van alles en nog wat.

Haar positieve levenshouding was opmerkelijk. Ook tijdens de chemokuren. Marjan vertelde over hoe ellendig ze zich kon voelen in de eerste week na zo’n kuur. Ziek en tot niets in staat. De tweede week stijf en pijnlijk. Maar de derde week was haar ‘happy week’. Dan had ze weer energie, dan leefde ze op, dan kon ze weer wat leuks doen. De hoop op die week hield haar overeind als ze weer een chemokuur kreeg.

Marjan leeft het leven vanuit de kracht die ze put uit die bijna onstuitbare hoop. Eerst was er de hoop dat de tumoren toch nog zouden slinken. Daarna dat de immunotherapie die ze zou krijgen, zou aanslaan. Dat een operatie op termijn nog mogelijk zou zijn. Dat ze nog tijd van leven zou hebben, dat er misschien nog iets zou worden ontwikkeld waar zij iets aan zou hebben. Ze trouwde, ging zo goed en zo kwaad als het ging op vakantie, vierde haar verjaardag.

Een tijdje geleden vroeg ze me of ik iets wil zeggen tijdens haar uitvaart. Want alle hoop ten spijt, ze gaat haar ziekte niet overleven. In deze unieke situatie, waar privé en werk samenkomen, doe ik dat graag voor haar. Een jeugdvriendin. Een herinnering. En een patiënt die ik nooit zal vergeten. Ja, haar situatie neem ik mee naar huis. En dat is ook oké. Soms komt het nu eenmaal erg dichtbij.

Meer ervaringsverhalen

Kerstboodschap van de geestelijk vezorgers

Het kerstverhaal staat in het teken van woorden die op dit moment verboden zijn. God zond zijn enige zoon naar de aarde om dichtbij mensen te zijn. Present in het leven van anderen. Om hen te...

Lees meer

‘Ik wil het straatbeeld veranderen’

Ze is 87 jaar oud en heeft aangegeven dat het wel goed is zo. Ze heeft genoeg meegemaakt en hoeft, nu ze acute leukemie heeft, wat haar betreft niet verder behandeld te worden. Het liefst gaat ze zo...

Lees meer

Contrast

Alhoewel de mussen bij het schrijven van deze blog dood van het dak vallen, doet de herfst zijn intrede. Heerlijk vind ik dat. Koele avonden, weer vroeg donker, lichtje aan. Vooral dat laatste, dat...

Lees meer