Behandeling

Alle IC-patiënten worden voortdurend bewaakt met behulp van allerlei apparatuur voor het registreren van de hartslag (ECG: plakkers op de borst met kabeltjes naar een monitor), de bloeddruk, de temperatuur en het zuurstofgehalte in het bloed (knijpertje aan de vinger).

 

Er staan infuuspompen rondom de patiënt waarmee vloeistoffen, voeding en medicijnen worden toegediend.

 

Soms is ondersteuning of overname van de ademhaling nodig. De patiënt ademt dan met behulp van een beademingsmachine. Praten met de patiënt is dan niet mogelijk. Via gebaren kan contact worden gemaakt, tenzij de patiënt met medicijnen in slaap wordt gehouden.

 

Een maagsonde kan nodig zijn om maagvocht af te voeren of sondevoeding toe te dienen.

 

Een katheter in de blaas zorgt voor opvang van de urine. Soms zijn er ook slangen nodig voor het opvangen van wondvocht na een operatie.

 

In sommige gevallen is het nodig de nierfunctie van de patiënt over te nemen. Hiervoor beschikt de afdeling over moderne dialyse toestellen. Deze machines zuiveren het bloed van de patiënt met behulp van een kunstnier.

 

Al deze apparaten geven geluid- en lichtsignalen die door artsen en verpleegkundigen worden geïnterpreteerd en waarop actie wordt ondernomen. De verpleegkundige hoort aan het soort signaal hoe snel moet worden gehandeld.

 

In de nabije toekomst gaat de afdeling gebruik maken van een Patiënten Data Management Systeem (PDMS) om de grote hoeveelheid aan informatie die beschikbaar is bij een IC behandeling digitaal te beheren.

Paginaopties: