Opname

De chirurg aan het werk

Wanneer een patiënt met brandwonden het ziekenhuis binnenkomt, worden allereerst de vitale functies gecontroleerd. Dit zijn: de ademhaling, hartfrequentie, bloeddruk en zuurstofgehalte in het bloed. Pas daarna wordt gekeken naar hoe diep en uitgebreid de verbranding is.

 

Op een tekening in het medisch dossier wordt aangegeven waar de brandwonden zich bevinden. Ook worden er foto's van de wonden gemaakt (alleen bestemd voor het medisch dossier). Op deze manier wordt precies uitgerekend hoe uitgebreid de verbranding is.

 

Daarna vindt een algemeen lichamelijk onderzoekplaats waarbij diverse controles kunnen worden uitgevoerd. Er wordt bloed afgenomen voor onderzoek. Indien nodig worden er röntgenfoto's gemaakt. Na deze onderzoeken wordt een behandelplan gemaakt.

 

In een groot aantal gevallen worden brandwonden behandeld met een zalf of crème om infecties te voorkomen.Niet alleen bij de opname, maar elke ochtend opnieuw, worden de wonden gereinigd, gedesinfecteerd en verbonden. Dit kan voor de patiënt een pijnlijke gebeurtenis zijn.Meestal worden daarom voor de verbandwissel pijnstillers en zo nodig kalmerende middelen toegediend.

 

Bij ernstige diepe en uitgebreide verbrandingen kan de verbrande huid iemand erg ziek maken. Er worden dan al in de eerste dagen na opname grote delen van de diep verbrande huid verwijderd, waarna huidtransplantaten en donorhuid op de wond worden aangebracht. Dedonorhuidhelpt in dit geval de wond geheel af te dekken, zodat geen infectie kan optreden. Bovendien helpt de donorhuid om later het huidtransplantaat goed te laten uitgroeien. Of de getransplanteerde huid goed is vastgegroeid of aangeslagen, kan een week na de transplantatie worden vastgesteld. Meestal zijn er na een transplantatie nog kleine restwonden die na een zalfbehandeling vanzelf genezen.

Paginaopties: