Wondbehandeling naar behandelmethode: Half open

(zalven / crèmes)

 

 

Hoewel uit het oogpunt van kwaliteit van wondbehandeling en comfort voor de patiënt de afsluitende verbanden de voorkeur verdient, zijn er veel redenen om te kiezen voor een zalf of crème.  Verwaarloosde wonden en diepe brandwonden kunnen veiliger met een crème of zalf worden behandeld.

 

Andere redenen die de brandwond ongeschikt maken voor een gesloten behandeling zijn lokalisatie, diepte en/of uitgebreidheid van de verbranding,  bacteriële contaminatie of infectie. Er wordt dan gekozen voor een zogenaamde halfopen behandeling door middel van antimicrobiële zalven en crèmes.

 

  • Zilversulfadiazine crème De eerste keus bij de crèmebehandeling is zilversulfadiazinecrème. (Flammazinecrème®) Zilversulfadiazinecrème heeft een breed antibacterieel spectrum. Door het brede antibacteriële spectrum is zilversulfadiazinecrème zeer geschikt voor potentieel gecontamineerde of geïnfecteerde brandwonden.

    De crème geeft een redelijke verzachting van de pijn. De crème vormt in combinatie met het wondexsudaat een beslag op de wond dat latere dieptebeoordeling moeilijk maakt.

    Zilversulfadiazinecrème kan niet ongelimiteerd gebruikt worden. Na twee tot drie weken moet een tweedegraads brandwond genezen zijn. De crème kan hypergranulaties en maceratie van genezen huid veroorzaken na deze periode. Dit belemmert de genezing. Derhalve moet de behandeling gestaakt worden en overgegaan worden op behandeling met een van onderstaande middelen.

    Sedert een aantal jaren is een lipidocolloid verbandmateriaal (Urgotul SSD) op de markt dat is geïmpregneerd met zilversulfadiazine. In Nederland is hier nog weinig ervaring mee opgedaan, maar in Frankrijk en Duitsland wordt het veel toegepast10.

  • Povidon Jodium of Betadinezalf® De antibacteriële werking bij brandwonden is minder sterk dan die van zilversulfadiazinecrème. Derhalve is het minder geschikt voor de primaire behandeling van uitgebreide en diepe brandwonden. Het is geschikt voor ‘open' behandeling van kleine verbrandingen in het gelaat.

  • Fucidin®. Fucidinezalf® Bactroban zalf®  heeft een goede werkzaamheid tegen Staphylococcus aureus. Het is niet geschikt voor primair gebruik bij brandwonden, maar kan in een secundair stadium van behandeling gebruikt worden, met name bij wondcontaminatie met Staphylococcus aureus en onvoldoende progressie van de wondgenezing. Resistentie tegen Fucidinezalf® treedt op na ongeveer een week.

  • Cetomacrogolcrème met 5 % zinkoxide is licht antibacterieel en beschermt genezen huid tegen maceratie en wordt gebruikt als lokaal therapeuticum als de brandwond bijna genezen is.

 

Het verbinden van de brandwond met crèmes en zalven

De wijze waarop een crème of zalf wordt afgedekt en waarop het verband wordt verwijderd is van groot belang voor het slagen van de therapie en het comfort voor de patiënt.

 

Bij crèmebehandeling wordt het verband dagelijks of om de dag verwisseld.  Bij voorkeur wordt de Flammazinecrème® - in een laag van 2 mm dik op de wond aangebracht - bedekt met Engels pluksel. Patiënten douchen (of baden) dagelijks, waarbij onder de douche het verband wordt verwijderd en de wond wordt schoonge­spoeld.

 

Bij brandwonden aan het hoofd worden de haren gewassen met gewone shampoo. Bij verbrandingen in het gelaat van mannen is het noodzakelijk dat er dagelijks geschoren wordt.

 

Fucidinezalf®, Betadinezalf® en Bactroban® zijn minder goed met Engels pluksel te combineren daar sterke verkleving van het verband met de wond kan optreden. In dit geval kan de wond en een dunne laag zalf afgedekt worden met Adaptic® of Cuticerin®, een met vaseline geïmpregneerd kunststofgaas of Mepitel®, een siliconengaas.

 

Katoenen tullegaas wordt niet gebruikt op een open wond. De laatste rest van de wond (grootte 1 cm2)  kan "open"  worden behandeld met zinkcrème of Cavilon®.

Paginaopties: