Kinderanesthesiologie

Anesthesie beschermt het lichaam tijdens de operatie tegen de schadelijke gevolgen van de chirurgie op het lichaam, ook als die zwaar of langdurig is. Zo blijven de organen goed functioneren. Met behulp van speciale apparatuur bewaakt en regelt de anesthesioloog onder andere de bloeddruk, hartslag en ademhaling. Zonodig kan de anesthesioloog de anesthesie op ieder moment bijstellen: dieper laten slapen of wakker maken, meer of minder pijnstillers toedienen, etc. Ook zorgt de anesthesioloog ervoor dat het vochtgehalte van het lichaam op peil blijft en dat bloed wordt?toegediend als er tijdens de operatie te veel bloedverlies is.

Wat is anesthesie?

Anesthesie is een verzamelnaam van alle soorten verdoving. Het woord betekent gevoelloosheid.

 

Er zijn verschillende soorten anesthesie:

 

  • de algehele anesthesie of narcose;

 

  • de regionale anesthesie;

 

  • de plaatselijke anesthesie.

 

Voor de algehele of regionale anesthesie krijgt uw kind plakkers op de borst voor de hartbewaking, een bloeddrukband om de arm voor bloeddrukcontrole en een knijpertje op de vinger voor de zuurstofbewaking in het bloed.

Algehele anesthesie

Kinderen worden meestal onder algehele anesthesie geopereerd. Dit betekent dat ze in slaap worden gebracht. In slaap brengen kan met een kapje of met een prikje.

 

Er worden snelwerkende slaapmiddelen gebruikt.

 

De anesthesioloog neemt tijdens de operatie de regie van het lichaam over. De functies van het lichaam (bloedsomloop en ademhaling) worden voortdurend bijgestuurd. Soms wordt voor beademing een dun buisje in de luchtpijp geschoven. Hier merkt uw kind niets van, het is dan al in slaap. Direct na de operatie wordt het buisje weer verwijderd. Uw kind wordt weer wakker gemaakt als de operatie achter de rug is. Na de operatie gaat uw kind naar de uitslaapkamer.

Regionale anesthesie

Oudere kinderen kunnen ook met regionale anesthesie worden verdoofd. Hierbij wordt een deel van het lichaam verdoofd. Zo kan het onderlichaam verdoofd worden door een ruggenprik. Verdoving van een arm is mogelijk door een prik in de oksel of bij het sleutelbeen en verdoving van de schouder door een prik in de nek.

 

Er bestaan twee soorten ruggenprik: de spinaal en de epiduraal.

  • Bij de spinaal wordt tussen de wervels door geprikt en medicatie in het wervelkanaal ingespoten.
  • Bij de epiduraal wordt een dun slangetje (katheter) tussen de ruggenwervels achtergelaten voor pijnbestrijding tijdens en na de operatie. Deze katheter wordt enkele dagen na de operatie weer verwijderd.

 

Bij een besnijdenis maken wij meestal gebruik van een verdoving door een prikje vlak boven de penis zelf. Deze prik wordt gegeven als het kind al slaapt.

 

Bij regionale anesthesie is het mogelijk de operatie bewust mee te maken, maar ook is het mogelijk erbij te slapen. Indien het kind dat wenst kan het een walkman meenemen met eigen muziek.

Plaatselijke anesthesie

Plaatselijke anesthesie wordt toegepast op dat stukje van het lichaam dat geopereerd moet worden. Voor deze vorm van verdoving is geen anesthesioloog nodig. Meestal wordt plaatselijke verdoving gegeven door de arts die de ingreep uitvoert.

 

Lees verder:

Paginaopties: