Hoe maak je een röntgenfoto?

Bij het maken van een röntgenfoto wordt de patiënt in een bepaalde houding voor of onder een röntgenapparaat geplaatst. Aan de andere kant van de patiënt bevindt zich een röntgendetector.

 

Tijdens de opname mag de patiënt niet bewegen, anders wordt de foto onscherp. Daarom wordt vaak gevraagd om de adem even in te houden. Vaak worden meerdere opnamen vanuit verschillende richtingen gemaakt. Zo wordt de plaats waar een afwijkingen wordt verwacht zo nauwkeurig mogelijk vastgelegd.

De foto

Hoe komt nu zo'n beeld tot stand? Dat heeft te maken met de hoeveelheid röntgenstralen die de onderdelen van ons lichaam doorlaten.

 

Hard weefsel, zoals botten, laat minder röntgenstralen door dan zacht weefsel, zoals organen en spieren. Op de foto worden de hardste delen wit, en de zachtere donkergrijs.

 

Als je toch zachte weefsels goed wilt kunnen zien, kan je met contrastvloeistoffen werken. Dit zijn vloeistoffen waar röntgenstralen slecht doorheen dringen en die dus net als hard weefsel duidelijk zichtbaar zijn op de foto. Bij darmonderzoek wordt bijvoorbeeld bariumpap gebruikt.

Bij straling, veroorzaakt door een röntgentoestel, gaat het altijd om uitwendige straling. Een röntgentoestel zelf bevat geen radioactieve stof. Als het apparaat wordt uitgezet, is er geen röntgenstraling meer.

Alle details te zien?

De technologie heeft zich in de loop van de jaren enorm ontwikkeld, waardoor momenteel bijna alle structuren van het lichaam kunnen worden afgebeeld.

 

Zo kunnen er fraaie dwarsdoorsneden van het lichaam worden gemaakt met de zogenaamde CT (computertomografie) en MRI (magnetic resonance imaging), zie andere vormen van onderzoek.

 

Samen met andere medische gegevens kan op deze manier de aard en ernst van een ziekte of verwonding worden vastgesteld en de beste behandeling worden voorgeschreven.

 

Terug naar Radiologie

Paginaopties: