Diëtetiek tijdens opname

Als gevolg van ziekte kan het noodzakelijk zijn bepaalde voedingsstoffen meer of minder te eten. Bijvoorbeeld minder zout (natrium) in de voeding bij hartfalen of meer vezels bij darmklachten.

 

Bij ziekte verbruikt het lichaam soms meer voedingsstoffen en energie. Dit geldt óók voor patiënten die de hele dag in bed liggen en ogenschijnlijk niets doen. Bovendien heeft uw ziekte of behandeling vaak invloed op uw eetlust en gewoontes.

 

Door verminderde eetlust, misselijkheid of benauwdheid eet u mogelijk minder en verliest u gewicht. Bij onbedoeld gewichtsverlies, verliest u ook spiermassa. De diëtist bespreekt dan een eiwitverrijkte voeding met u. Eiwitten zijn onder andere bouwstoffen van de spieren en kunnen bijdragen aan verbetering van uw conditie.

 

Een methode om te bepalen of u een risico heeft op ondervoeding is de SNAQ. Dit is een korte vragenlijst. De verpleegkundige stelt u bij het intakegesprek de vragen. Uit de antwoorden volgt een score. Vanaf een bepaalde score krijgt u een consult van de diëtist.

Verwijzing tijdens een opname

Uw arts kan een diëtist om advies vragen als het belangrijk is voor uw klachten of ziekte uw  voeding aan te passen. De diëtist komt dan bij u aan bed en vraagt naar uw klachten in relatie tot uw voeding, eetgewoonten en persoonlijke omstandigheden.

 

Op basis van uw antwoorden en de medische gegevens stelt de diëtist in overleg met u een behandelplan en een dieet- en voedingsadvies op. U krijgt uitleg over de relatie tussen uw ziekte en het bijbehorende advies.

 

Soms zijn meerdere gesprekken noodzakelijk, of moet het dieet bijgesteld worden. Als u na een opname in het RKZ met een dieet naar huis gaat, krijgt u adviezen voor thuis mee.

Paginaopties: