Diagnose en behandeling

Het stellen van een diagnose bij klachten is vaak een hele puzzel. Hierbij vormen het verhaal van de patiënt en het lichamelijk onderzoek de belangrijkste aanknopingspunten. Soms zijn ook meer ingewikkelde onderzoeken nodig om achter de oorzaak van de klachten van de patiënt te komen. 

 

Bloed- en urineonderzoek zijn een belangrijk hulpmiddel om de diagnose te stellen. Bij verdenking op een aandoening van de buikorganen wordt bijvoorbeeld een echo gemaakt en bij het vermoeden van een longaandoening een röntgenfoto van de borstkas.

Medicijnen en leefstijladvies

In de behandeling van ziekten kan de internist medicijnen of leefstijlveranderingen adviseren. Een internist opereert nooit, maar kan dat wel adviseren. Het specialisme interne geneeskunde wordt een 'beschouwend' specialisme genoemd. Als er een operatie nodig is, verwijst de internist de patiënt naar de juiste specialist, bijvoorbeeld een chirurg. Chirurgie of Heelkunde heet 'snijdend' specialisme.

 

Bij de preventie (het voorkomen) van ziekten heeft de internist een voorlichtende taak en hij/zij kan daarbij medicijnen voorschrijven. Dit wordt gedaan in de wetenschap dat een vastgesteld gezondheidsprobleem kan leiden tot de ontwikkeling van nieuwe aandoeningen.

Internisten zijn vaak belast met de coördinatie en afstemming van zorg rondom een zieke waar verschillende specialisten bij betrokken zijn. Denk dan bijvoorbeeld aan de zorg rondom een operatie, in het behandeltraject van kanker of bij patiënten, die voor meerdere (chronische) ziekten behandeld worden met een veelheid aan medicijnen.

Hoofdbehandelaar

Wanneer u bent opgenomen op de afdeling, dan is de hoofdbehandelaar verantwoordelijk voor uw diagnose, uw totale behandeling en voor de voortgang van uw zorg. De arts-assistent interne is uw arts die onder supervisie van de hoofdbehandelaar u dagelijks ziet. Hij/zij  bekijkt samen met de verpleegkundige hoe uw voortgang gaat, en stelt dit zo nodig bij. 

Bereikbaarheid

Op de dag van opname worden diverse patiëntenfolders aan de contactpersoon gegeven. Bij bijzonderheden of veranderingen  in de situatie van de patiënt informeert de verpleegkundige altijd de contactpersoon daarover. Mocht u zelf vragen hebben, dan kunt u altijd bij de verpleegkundige terecht.

Paginaopties: