De dag van de operatie

De verpleegkundige brengt u met uw eigen bed naar de operatieafdeling.De anesthesiemedewerker vangt u daar op en brengt bij u een infuus aan.

Tijdens de operatie

Op de operatiekamer wordt u aangesloten op de bewakingsapparatuur voor controle van uw hartritme, bloeddruk en zuurstofgehalte van het bloed. Als alles gecontroleerd is wordt de anesthesie (verdoving) gegeven en vindt de operatie plaats.

Na de operatie

Na afloop van de operatie onder algehele anesthesie bent u in het algemeen enige tijd slaperig. Het kan zijn dat u misselijk bent. Hier kunt u altijd medicijnen voor krijgen. Als u daar tijdens eerdere operaties last van heeft gehad, kunt u dit het beste vooraf aan de anesthesioloog vertellen.

 

Wanneer u onder algehele anesthesie bent geweest is het mogelijk dat u een vervelend gevoel in de keel heeft of iets hees bent. Dit kan veroorzaakt zijn door het buisje wat in de keel gezeten heeft voor de beademing. Het gevoel verdwijnt vanzelf, al duurt dat soms een dag of twee.

 

Na anesthesie met een ruggenprik kan het zijn dat u hoofdpijn krijgt. Dit gebeurt zelden. Mocht u er echter last van hebben, meldt u dit dan aan de verpleegkundige. Mocht het thuis optreden dan kunt u het probleem vaak oplossen met goed drinken en gewone pijnstillers.

 

Lees ook: pijnstilling na de operatie

Paginaopties: