Chemokuren

Kanker is geen ziekte van de laatste tijd. In botfragmenten van dinosaurussen is botkanker aangetoond en ook bij mummies uit het Oude Egypte is botkanker en kanker in de neusholte geconstateerd.

 

Halverwege de 18e eeuw werd voor het eerst een verband gelegd tussen de blootstelling aan bepaalde stoffen en het optreden van tumoren: overmatig tabak snuiven veroorzaakte ('goedaardige') poliepen in de neusholte.

Koolteer

Twintig jaar later ontdekte een Engelse arts dat een groot aantal van zijn patiënten met huidtumoren als kind schoorsteenveger was geweest. Tijdens het klimmen in de schoorsteenkanalen waren zij blootgesteld aan koolteer. Hiermee was de eerste ontdekking van kanker die veroorzaakt werd door beroepsmatige blootstelling aan kankerverwekkende stoffen een feit. Er zouden nog diverse 'beroepskankers' volgen.

Cytostatica

Geneesmiddelen voor de behandeling van kanker noemt men cytostatica (de zgn. 'chemokuren') Door de toxische (giftige) werking van cytostatica kunnen bij (kanker)patiënten positieve effecten optreden bij de bestrijding van hun ziekte. Dezelfde werking is echter ook verantwoordelijk voor de gezondheidsrisico's van de hulpverleners bij blootstelling aan cytostatica.

Dosering

Cytostatica zijn geneesmiddelen die ingrijpen in de stofwisseling of andere biochemische processen van de tumorcellen. Ze hebben eencelgroeiremmend en celdodend effect.

 

Dit proces verloopt tamelijk 'a-selectief'. Dit betekent dat zowel zieke als gezonde cellen met de cytostatica in aanraking komen. Daardoor kunnen cytostatica ook nadelige effecten veroorzaken in normale, gezonde cellen.

 

De bereiding van cytostatica gebeurt daarom niet alleen de uiterst zorgvuldig voor wat betreft het samenstellen van de juiste dosering. Ook geeft de apotheker veel aandacht aan de bescherming van de mensen die het medicijn klaarmaken en toedienen.

Paginaopties: