De eerste dagen

Nadat bij opname de omvang en diepte van de brandwonden zijn vastgesteld door een arts, wordt een behandelplan opgesteld. Dit kan later zonodig weer worden aangepast.

Algemene conditie

Het behandelteam richt zich allereerst op de het op peil brengen en houden van de algehele conditie van de patiënt. De wonden worden beoordeeld en verzorgd en de patiënt wordt nauwlettend geobserveerd.

 

Monitorbewaking

Soms is het nodig de hartslag, bloeddruk, ademhaling, zuurstofgehalte (in het bloed) en de temperatuur continu te observeren. Dan wordt de patiënt aangesloten op de monitor. Op deze manier worden zowel bij de patiënt als in de teampost op monitoren de bovengenoemde waarden goed in de gaten gehouden.

 

Bloeddruk en hartslag

Doordat de wonden het natuurlijk evenwicht in het lichaam van de patiënt verstoren, kan het zijn dat de patiënt extra vocht en medicijnen nodig heeft om het hart te ondersteunen en de balans te herstellen. Zo'n herstelperiode kan enkele uren tot enige dagen duren.

 

De ademhaling

Wanneer door verbranding of door het inademen van rook of vuur ademhalingsproblemen ontstaan of dreigen te ontstaan, wordt zuurstof toegediend waardoor het ademen minder zwaar wordt. Ook kan het nodig zijn de ademhaling tijdelijk over te laten nemen door een beademingsmachine. Er wordt dan via de mond of de neus een buisje ('tube') in de luchtpijp gebracht, waarop de beademingsmachine wordt aangesloten.

 

Vocht- en waterhuishouding

Door de verbranding beschadigt de huid, waardoor vochtverlies ontstaat. Hoe groter het wondoppervlak, des te groter het vochtverlies. Omdat dit vochtverlies aangevuld moet worden, krijgt de patiënt één of meer infusen: via een infuusnaald in een bloedvat, worden naast vocht ook zonodig voeding en bloed toegediend.

 

Drinken en eten

Afhankelijk van de aard van de verbranding mag de patiënt in het begin meestal niet of nauwelijks eten en drinken. Dit komt onder meer omdat de maag minder goed werkt na een verbranding. Voor de patiënt kan dit moeilijk zijn, omdat hij meestal veel dorst heeft door vochtverlies.

 

Urine

Omdat het van belang is om de patiënt in een goede 'vochtbalans' te houden, is niet alleen vochttoediening van belang, maar moet ook gecontroleerd worden hoeveel vocht het lichaam verlaat. De afvoer van urine kan gecontroleerd worden door middel van een blaascatheter; een dun slangetje dat via de plasbuis wordt ingebracht in de blaas.

 

Vochtbalans

Door de verbranding kan de vochtbalans flink verstoord zijn, waardoor de patiënt er tijdelijk opgezwollen uit kan zien. Soms zelfs zo, dat de patiënt zijn ogen niet of nauwelijks meer open kan doen. In de eerste dagen na de verbranding verdwijnt de zwelling weer. Om overmatige zwelling te voorkomen, worden soms benen en armen hoog gelegd en wordt de patiënt halfzittend in bed verpleegd.

 

Bloedafname

Om de behandeling zo goed mogelijk te laten verlopen, is controle van in het bloed aanwezige stoffen noodzakelijk. Daarom zal regelmatig bloed afgenomen worden.