'Breathing and Ventilation'

B - 'Breathing and Ventilation': Beademen en ventileren.

Een traumapatiënt dient altijd 10 liter 100% zuurstof te krijgen, zeker bij verdenking op een koolmonoxide intoxicatie of inhalatietrauma.

 

Bij de beoordeling van de ventilatie en de beademing wordt gelet op de ademarbeid (frequentie, gebruik van hulpademhalingsspieren, kreunen, neusvleugelen etc.) en de effectiviteit (voelen en luisteren of er luchtstroom is).

 

Inspecteer of de thorax symmetrisch en voldoende beweegt en of er wonden zijn, die de ademhaling kunnen belemmeren. De noodzaak voor escharotomieën dient beoordeeld te worden bij een circulaire derdegraads thorax verbranding.

 

Bij de A en de B dient beoordeeld te worden of sprake is van inhalatieletsel. Dit treedt op wanneer een patiënt langdurig in een rokerige ruimte verblijft. Bij een steekvlam verbranding die buiten gebeurt zijn de wenkbrauwen en neusharen ook verschroeid, maar is de kans op inhalatieletsel gering.

 

Zowel anamnese als lichamelijk onderzoek zijn van belang bij het vaststellen van een inhalatieletsel. De definitieve diagnose van inhalatieletsel gebeurt door middel van een bronchoschopie. Zie Inhalatieletsel